Over Tibetaans Boeddhisme

Stoepa Yeunten LingOp de vraag of het boeddhisme een religie of een filosofie is, antwoordde Lama Karta, directeur en leraar van vier Boeddhistische centra in Nederland en België als volgt: “Beide. Hier in het Westen zijn religie en filosofie in de loop der tijden zelfs opposanten geworden. In het boeddhisme is dat niet het geval: wie spreekt over religie, spreekt over liefde en mededogen, en wie over filosofie spreekt, heeft het over de perfecte kennis die ook wijsheid genoemd wordt. … In het boeddhisme stelt men dat wijsheid en mededogen onlosmakelijk verbonden zijn. … Wijsheid zal zich slechts maximaal kunnen ontplooien wanneer zij verrijkt wordt door mededogen. Daarom heeft men een goed hart (religie) én de helderheid van geest (filosofie) nodig”.

Geschiedenis

Het boeddhisme verschijnt voor het eerst in India in de vijfde eeuw voor onze jaarrekening. Vanaf de derde eeuw ontwikkelt het zich snel onder invloed van keizer Ashoka, de enige vorst in India die erin slaagt dit gigantische gebied tot een politieke eenheid te brengen. Pas vanaf deze periode verschaffen de literaire en archeologische documenten ons inzicht in de geschiedenis van het boeddhisme. Vanaf dan maakt de boeddhistische gemeenschap een veelzijdige, soms zelfs verdeelde indruk, zowel wat betreft de organisatie van de gemeenschap als de interpretatie van de leer. Achttien scholen beroepen zich in die tijd op de leer van de Boeddha. Vandaag blijft hiervan nog één school over.

Het bestaan van die verscheidenheid kan worden verklaard door het feit dat het boeddhisme is gebaseerd op individuele ervaring en niet op een geopenbaarde leer van goddelijke oorsprong. Daardoor heeft het boeddhisme nooit een centrale, regulerende autoriteit gekend. Verder had het regionale karakter een bijzondere impact: de verspreiding van de leer naar andere gebieden vond plaats in een tijd waarin de communicatiemiddelen minder ontwikkeld waren in vergelijking met heden. Nog fundamenteler is dat het boeddhisme erkent dat een deel van de leer valt onder “het onzegbare”. De eerste boeddhistische gemeenschappen werden geconfronteerd met aanvallen of nieuwsgierigheid en zagen zich gedwongen om die stilte te verantwoorden of op te vullen.

De leer van het Boeddhisme

In het boeddhisme wordt de nadruk gelegd op “kijken, weten, begrijpen”, eerder dan op geloof. Elk van de drie etappes zorgt voor een specifieke vorm van wijsheid. Het boeddhisme leert ons:

Het boeddhisme gaat ervan uit dat de materie, het lichaam, en de fenomenen voor alles voorbijgaande projecties van de geest zijn. De geest, op zijn beurt, wordt in het boeddhisme gedefinieerd als doorzichtigheid, luciditeit, dynamische leegte. Het uiteindelijke doel van het boeddhisme is alle levende wezens, zonder uitzondering, te bevrijden van het lijden dat inherent aan het bestaan is. Dat is wat men de bevrijding noemt. Om dit resultaat te bereiken moet men de verlichtingsgeest ontwikkelen, dat wil zeggen: liefde en mededogen voor alle wezens.

De handelwijze die het boeddhisme voorstelt is gebaseerd op het niet-gehecht zijn. De “Vierde Edele Waarheid” beschrijft de “juiste” weg: het juiste begrip, de juiste gedachte, het juiste woord, de juiste handeling, de juiste bestaansmiddelen, de juiste inspanning, het juiste bewustzijn, en de juiste aandacht of meditatie. De juistheid waarover het hier gaat is deze van de “weg van het midden”, de manier van handelen als gevolg van een “niet-zelf”.

Bron: In aanraking met Boeddha. Begrippen in het boeddhisme verklaard vanuit Kunchab Magazine (Instituut Yeunten Ling, Huy, België)

Tempel Yeunten Ling